Home


Vakantiehuis in Hongarije huren | Vakantie in een kuurresort

Een vakantiehuis in Hongarije huren is een mooie start van een gezellige vakantie. Buiten Boedapest is Transdanubië de druksbezochtse regio van Hongarije. De meeste mensen trekken naar het drukke Balatonmeer, maar er is zoveel meer te beleven in dit nog redelijk onbekende gebied. Lekker weg van alle hectiek. Zuid-Transdanubië ligt op ongeveer 2,5 uur rijden van Boedapest. Sinds de snelweg is doorgetrokken tot Pécs, is het gebied uitstekend bereikbaar. Het klimaat is van grofweg april tot oktober doorgaans mild, terwijl de winters koud zijn en gepaard gaan met de nodige sneeuwval.

Thermale baden

Héviz

Voor geothermische activiteiten in Europa denk je al snel aan Ijsland. Maar verrassenderwijs ligt er in het westen van Hongarije een uitstekend alternatief: het plaatsje Héviz, wat letterlijk warme, stromende bron betekent. Als we het gelijknamige health spa-resort binnenlopen, komt de zwavelgeur ons al tegemoet. Het kuurresort is gespecialiseerd in medicinale toepassingen van licht radioactief water, zoals voor de behandeling van reuma en artritis. Maar ook de wellnesstoepassing biedt soelaas. Zo kun je in een ontspannen sfeer lekker onthaasten. Gewichtloos drijven in het zoutwaterbad? Of een lekkere massage? Het is allemaal mogelijk. Op zich al bijzonder, maar ook weer niet uniek. Wat Héviz heel bijzonder maakt, is 's werelds grootste thermale meer, dat al sinds 1795 voor kuurbehandelingen wordt gebruikt. Midden in het meer ligt het centrale, houten badhuis, vanwaar je een duik kunt nemen in het warme en geneeskrachtige water. De watertemperaturen variëren van 28 tot 38 graden in de zomer, tot ongeveer 25 tot 38 graden in de winter. Je kunt dus het hele jaar door buiten in het meer baden. Zeker in de vroege ochtend is de aanblik bijna spookachtig, als het hete water de koude nacht probeert te verdrijven en het hele dal in nevelen hult. Van de thermale baden is het in het zuiden van Transdanubië slechts een kleine stap naar de overweldigende cultuur.

Keszthely en Pécs

Pécs

Is Hongarije op cultureel gebied al flink verwend, in de plaatsen Keszthely en Pécs wordt cultuur duidelijk met een hoofdletter geschreven. Het barokke Festetics-paleis is een van de mooiste landhuizen van het land, met een indrukwekkende Engelse tuin. Maar Pécs steelt pas echt de show, niet voor niets was het de Europese culturele hoofstad van 2010. Zelfs op een regenachtige dag is het niet moeilijk onder de indruk te raken van de pracht en praal die je overal tegenkomt. Het Szécenyi-plein is het kloppend hart van de stad, met als blikvanger de moskee, een overblijfsel uit de Turkse overheersing. Hoewel dat het grootste islamitische gebouw van Hongarije is, is er nu een christelijke kerk in gehuisvest. Ook Romeinse invloeden zijn in de stad nog steeds duidelijk zichtbaar. In de noordwesthoek van de binnenstad bevindt zich de Dom, waarvan de oudste elementen uit de elfde eeuw dateren en waarvan de vier even hoge hoektorens het meest in het oog springen. Het is een van de twee voornaamste kerken in romaanse stijl in Hongarije. Onder en direct naast de kerk bevinden zich ondergrondse grafkamers en mausoleums, waaraan nog steeds wordt gewerkt. De Unesco onderkende in 2000 het bijzondere karakter ervan en riep het godshuis uit to Werelderfgoed. Pécs herbergt een enorme variëteit aan musea, waarbij verleden, heden en toekomst naadloos in elkaar overgaan. De bekendste is ongetwijfeld de Zsolnay-porseleinfabriek. Miklós Zsolnay was in 1853 de oprichter van de Zsolnay-fabriek, inmiddels uitgegroeid tot een instituut en dé fabrikant van porselein, aardewerk, keramiek, tegels en steengoed in Hongarije. Zodra je de poort van het complex passeert, ligt de bijzondere porseleinwereld van Zsolnay aan je voeten. Met name tijdens de art-nouveauperiode toonde de fabriek haar geweldige kwaliteit en veelzijdigheid, in zowel sier-aardewerk als producten om gebouwen te decoreren. Je komt het overal in Pécs tegen.

De wijregio Villány-Siklós

Villány-Siklós

Om ons bezoek smaakvol af te ronden, gaan we naar de wijnregio Villány-Siklós. De traditie van het wijnmaken gaat hier terug tot de Romeinse tijd, zo ontdekken we in het plaatselijke museum van Villány. We leren er alles over hoe de druiven worden geteeld, geperst en op flessen getrokken, waarna de wijn dan lange tijd kan rijpen in karakteristieke, ondergrondse wijnkelders. Het mediterrane klimaat zorgt voor buitengewoon goede omstandigheden voor heerlijke, volle en zware wijnen. De oeroude wijntraditie is inmiddels vermenge met hedendaagse technologie. Het resultaat hiervan wordt door de eigenaren van deze wijnkelders aan hun gasten aangeboden. Absolute wereldtop is de Kopár van Attila Gere. Unieke wellness, smetteloze cultuur en een rijke, eeuwenoude druiventraditie.